Eind november 2015 meldden wij u dat Van Oord uw vakbondsvertegenwoordiger, Charley Ramdas, niet langer als gesprekspartner namens FNV Waterbouw beschouwde. Directe aanleiding hiertoe was de vasthoudende opstelling van FNV Waterbouw, gesteund hierin door een overgrote meerderheid van onze leden bij Van Oord, inzake het aankaarten van de slechte leef- en arbeidsomstandigheden van medewerkers op het Prorva project.

Van veel werknemers van Van Oord ontvingen wij bovendien tal van steunbetuigingen, waarmee zij hebben aangegeven dat het niet aan de werkgever is om te bepalen wie hun vakbondsvertegenwoordiger is. Maar dat zij dit uiteraard zelf bepalen.

In december 2015 heeft FNV Waterbouw, mede op basis van alle steunbetuigingen, Van Oord schriftelijk gemeld hun besluit onacceptabel te vinden. Van Oord tastte hier immers de fundamentele rechten van werknemers aan. Tegelijkertijd riepen wij Van Oord op toch weer het gesprek met ons aan te gaan om verdere escalatie te voorkomen. Temeer omdat wij niet alleen vanuit het Prorva project, maar ook vanuit andere projecten, verontrustende signalen bleven ontvangen.

Constructief gesprek
Inmiddels heeft Van Oord aan onze oproep gehoor gegeven en hebben wij met elkaar weer een constructief gesprek gevoerd. Met ook als resultaat dat ondergetekende door Van Oord weer wordt geaccepteerd als uw rechtmatige vakbondsvertegenwoordiger.

Wij zullen niet alleen de ontwikkelingen op het Prorva project kritisch blijven volgen, maar uiteraard ook andere projecten en actuele ontwikkelingen. En daar waar nodig in contact treden met de Van Oord directie, Personeelszaken en/of de Ondernemingsraad.